2. De student

Gepubliceerd op 22 mei 2021 om 13:24

Na het Staatsexamen Gymnasium volgt Moises de studie Rechtswetenschappen aan de R.K. Universiteit van Nijmegen. Hij legt in 1926 binnen één jaar het kandidaatsexamen af. Ook tijdens zijn studie steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken en dat leidt geregeld tot confrontaties met medestudenten en professoren. In het Nijmegen van de dertiger jaren gebruiken studenten en volwassenen met toenemende regelmaat de term ‘zwarte piet’ tegen Moises, Rolando en andere Antilliaanse studenten. De economische crisis versterkt het zoeken naar zondebokken en het discrimineren van vreemdelingen. Voor Moises is dit geen reden om het debat op de universiteit uit de weg te gaan. In een briefwisseling beklaagt oudere broer Rolando zich bij zijn ouders dat Moises zich door zijn houding onnodig problemen op de hals haalt en het hele Antilliaanse studentencorps in Nijmegen in verlegenheid brengt. Hij vraagt zijn vader om ‘Cheche’ te vragen zich normaal te gedragen, maar dit verzoek heeft weinig invloed op Moises. De debatconfrontaties blijven voorkomen, ook later in Amsterdam.

In 1929 legt Moises met goed gevolg zijn doctoraalexamen af. Als jonge meester in de rechten begint Moises zijn carrière als waarnemend substituut-griffier in Den Haag. In de tussentijd volgt hij colleges van prof. Van Vollenhoven in Leiden in het “staats- en administratieve recht van Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao”. Eén jaar later wordt mr. Da Costa Gomez beëdigd aan de balie van Arnhem en werkt hij bijna drie jaar als advocaat en procureur in Nijmegen. In die tijd leert hij Elisabeth (Lies) Heiling kennen. Zij trouwen een paar jaar later. Uit dit huwelijk worden twee dochters geboren.

Moises is vastberaden om na zijn studietijd naar Curaçao terug te keren om zich in te zetten voor de autonomie van zijn land. Daarvoor ontwikkelt hij een plan dat hij later kortweg samenvat met de door hem vaak gebruikte slogan: “Kambia e Kòrsou bieu pa un Kòrsou nobo” (Verander het oude Curaçao in een nieuw Curaçao). Dit plan klinkt later door in zijn proefschrift met de titel: Het Wetgevend Orgaan van Curaçao: samenstelling en bevoegdheid bezien in het kader van de Nederlandsche Koloniale Politiek. Hierin geeft hij zijn pittige visie op de Nederlandse koloniale politiek ten opzichte van Curaçao.[1] Hij werkt aan zijn proefschrift naast zijn werk als advocaat en procureur in Nijmegen. Het eerste blad van zijn proefschrift begint met de tekst van artikel 6 van de Algemene Beginselen van de Staatsregeling van 1798: “Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat U geschiede. Doe aan anderen, te allen tijde, zoo veel goeds als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.”

Het is zijn roep om gerechtigheid, omdat hij vindt dat het handelen van Nederland hiermee in schril contrast staat. Da Costa Gomez noemt het regeringsreglement van 1865 een historisch onrecht voor het Curaçaose (Antilliaanse) volk, omdat hen daarmee het recht tot zelf kiezen van een volksvertegenwoordiging wordt onthouden. Hij is van mening dat Nederland slordig is omgesprongen met de staatsrechtelijke belangen van Curaçao en zich vooral heeft laten leiden door economisch belang, een overheersingsgedachte en drang tot bezit. Hij begrijpt niet waarom de ingezetenen van de kolonie Curaçao geen kiesrecht krijgen, in tegenstelling tot andere kolonies als Suriname en Indonesië, waar wel beperkt mannenkiesrecht wordt ingevoerd. Op 3 december 1935 promoveert Da Costa Gomez aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift. Promotor is professor Kleintjes. Dit proefschrift zal later één van de bronnen zijn voor de samenstelling van het ‘Statuut van het Koninkrijk’. In zijn proefschrift pleit Moises als eerste promovendus voor autonomie en uitbreiding van het kiesrecht voor Curaçao. Onmiddellijk na zijn promotie vertrekt Moises da Costa Gomez met zijn vrouw naar Curaçao, waar ze op 31 december 1935 aankomen. Hij is dan 28 jaar oud, waarvan hij 15 jaar op Curaçao en 13 jaar in Nederland heeft doorgebracht. Op zijn geboorte-eiland noemen ze hem al spoedig ‘Dòktor’.

 

[1] Curaçao is niet alleen de naam van het grootste eiland van het bestuurgebied de Nederlandse Antillen (tot 2010), maar was tot de Staatsregeling van 1955, de naam voor het gehele bestuurgebied dat, behalve Curaçao ook de eilanden Aruba, Bonaire, Saba, St. Eustatius en St. Maarten omvatte.

 

Bronnen

St. Canisius College Nijmegen: Nijmegen.Serc.nl

Bibliotheek R.K. Universiteit Nijmegen: Fotocollectie Regionaal Archief Nijmegen

Voorblad proefschift Da Costa Gomez: Collectie R.D. Eugène Boeldak

 

Op de 55e sterfdag van Dòktor, 22 november 2021, bieden we het hele boek gratis aan in de vorm van een e-boek en/of pdf-bestand.

Meld je met naam en e-mailadres aan voor onze maandelijkse eChuchubi Nieuwsbrief https://echuchubi.com/nieuwsbrief en verzeker je van de ontvangst van het gratis boek op 22 november 2021.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.