5. De politicus in een autonoom Anttillen

Gepubliceerd op 22 augustus 2021 om 10:15

‘Primum vivere, deinde philosofare’ (eerst eten, dan filosoferen), Da Costa Gomez in 1962.

In de jaren na 1954 houden de D.P. en de snelgroeiende Arubaanse P.P.A. de regeringsmacht, terwijl de Arubaanse A.V.P., de belangrijkste bondgenoot van de N.V.P., een aanhoudende terugval laat zien. Hierdoor blijft de N.V.P. van Da Costa Gomez in de oppositie in het parlement van de Antillen. Da Costa Gomez krijgt daardoor niet de kans om zijn ideeën over het bestuur op landsniveau in de praktijk te brengen. Toch blijft de N.V.P. het tot 1966, het jaar waarin Da Costa Gomez overlijdt, vrij goed doen in verkiezingen op zowel eilands- als landsniveau.[1] Op eilandsniveau maakt de N.V.P. als grootste partij steeds deel uit van het Curaçaose Bestuurscollege.

 

Resultaten eerste verkiezingen voor de eilandsraad Curaçao, 4 juni 1951
Bron: Bericht Gezaghebber van Curaçao, 28 juni 1951

Met enkele onderbrekingen blijft Dòktor lid van de Staten van de Nederlandse Antillen tot 1963. Als Statenlid draagt hij enorm bij aan het politiek bewustzijn van de Antilliaanse gemeenschap. In de publicatie ‘Terugblik bij gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de N.V.P. op 19 april 1988’ vertelt Jan Spit hoe tijdens een bezoek aan Kas di Pueblo bij hem de overtuiging ontstaat dat de N.V.P. op haar bijeenkomsten het volk geleidelijk opvoedt naar democratisch denken en handelen en zo een belangrijke positieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van het Curaçaose volk.

Da Costa Gomez spreekt partijgenoten toe in Cas di Pueblo in de jaren vijftig.
Bron: Archieven N.V.P.

Lijst bestuursleden, waaronder het echtpaar Ranes, N.V.P.-afdeling St. Jago in 1960.

Bron: Archief R.D. Boeldak

Zoals Da Costa Gomez eerder heeft gedaan, blijft hij zich ook na 1954 inzetten voor zaken die in zijn ogen principieel niet juist of onrechtvaardig zijn. Als in 1957 de Nederlandse journalist De Wit het land uitgezet wordt wegens zijn kritiek op het regeringsbeleid, reageert Dòktor hierop met een boek over ‘De vrijheidsrechten van de mens in de Nederlandse Antillen’ (1958). Bij de onwettige benoeming van de tijdelijke gezaghebber van Aruba volgt ook een reactie van zijn kant (1957, 1958). Verder blijft Da Costa Gomez zich inzetten voor verandering in de situatie van minder vermogenden. Zo begint hij met het aansluiten van de buitendistricten op elektriciteits- en waternetten. En hij zorgt voor verdere democratisering van het onderwijs en een beurzenstelsel, waarmee iedereen in aanmerking kan komen voor een studiebeurs in Nederland. Dit betekent voor veel mensen een kans om de vicieuze cirkel van materiële en geestelijke uitzichtloosheid te doorbreken. In 1959 dient Da Costa Gomez een voorstel in om een eigen Universiteit van de Nederlandse Antillen op te richten. Hij wil de studenten en daarmee het intellect op de eilanden houden.

Da Costa Gomez temidden van een dansgroep tijdens het bezoek van Koningin Juliana en prins Bernhard op 22 oktober 1955. Bron: Nationaal archief, fotoarchief.

Aankomst Da Costa Gomez op Schiphol op 9 februari 1960 voor beraad over de AMvB.

Bron: Nationaal Archief, fotoarchief.

In februari 1960 protesteert Da Costa Gomez als oppositieleider op landsniveau namens diverse politieke partijen van alle eilanden tegen de ‘Algemene maatregel van Rijksbestuur van 30 januari 1960’. Deze maatregel betekent dat het bestuur van het eilandgebied Curaçao onder toezicht komt van de gouverneur van de Antillen. Hierdoor bepaalt de regering onder aanvoering van de Democratische Partij de uitgaven en dus het beleid van het eilandgebied Curaçao. In hetzelfde jaar stelt Da Costa Gomez een Bestuurscollege van alleen intellectuelen samen. Het is de vraag of hij daaraan verstandig doet, aangezien zijn grootste aanhang bestaat uit armere en ongeschoolde bevolkingsgroepen. Zij kunnen zich niet identificeren met de leden van het Bestuurscollege. In 1962 wordt Da Costa Gomez bestuurslid van I.F.E.D.E.C. in Caracas een opleidingsinstituut voor Politieke Kaders. Hij hertrouwt in 1962 met Lucina Matheeuws. Uit dit huwelijk worden geen kinderen geboren. Mevrouw Matheeuws is zelf actief in de politiek en wordt in 1970 Minister van Volksgezondheid. In 1977 is zij de eerste vrouwelijke Minister-President van de Nederlandse Antillen.

Als de N.V.P. op 31 mei 1963 met twaalf zetels een ruime meerderheid haalt bij de verkiezingen voor de Eilandsraad van Curaçao stelt Da Costa Gomez een regering samen van alleen N.V.P.-bestuurders. Hij verlaat de Staten (landsniveau) en neemt zelf als Gedeputeerde (wethouder) zitting in het Bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao (1963 – 1967). Hij anticipeert daarmee onvoldoende op rivalen in de landsregering die hem het regeren onmogelijk willen maken en heeft geen antwoord op de dagelijkse nood van de ‘kleine man’, waarmee hij nu direct in contact komt. Dit wordt wel gezien als een van de oorzaken van de vernederende nederlaag van de N.V.P. bij de Statenverkiezingen van 8 juni 1966, waarin de NVP/COP combinatie 5 zetels krijgt en de Democratische Partij 7 zetels. Zijn laatste publicatie is een nota van het Eilandsbestuur (december 1964) over economische bijstand vanuit Nederland. Op 22 november 1966, vijf maanden na de eerste verkiezingsnederlaag van de N.V.P., sterft Da Costa Gomez op 59-jarige leeftijd in zijn slaap.

[1] Sidney F. Ritter, Asina’ki pueblo a vota atraves di 60 aña. Willemstad, 1998


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

DIANA M DOMACASSE-LEBACS
2 maanden geleden

Gaarne Ebook over Doctoor da Costa Gomez wanneer zover